Ooqmahs, Nozenbirl

there’s always someting happening but nothing going on”

.

2007 – Sign, Groningen

publicatie

.

Beste André,

beste Simon,

Ik heb héél lang, véél te lang, gewacht met het schrijven van een reactie, ik weet het. Maar goed, excuses komen toch vaak te laat, zijn soms ongepast en niet terzake en we moeten vooral waakzaam blijven om niet van bij het begin in platitudes te vervallen.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik voorheen nauwelijks goed kon bevatten waar Groningen zich eigenlijk ergens bevond in Nederland en had er bijvoorbeeld ook nooit bij stilgestaan dat je eerst Friesland moet doorkruisen om er te kunnen geraken, tot het moment was gekomen om ook feitelijk naar Groningen te rijden. Simon hield mij toen gezelschap en terwijl we het landschap doorreden wist hij hier en daar zelfs historische feiten aan te halen waardoor ik, eens in Groningen aangekomen, echt het gevoel had in een ander land te zijn. Men heeft het tot vervelens toe over de verschillen tussen België en Nederland (‘hoewel de taal nagenoeg dezelfde is’) wel, als men ooit weer een enquête of proefneming naar dit gegeven wil starten lijkt Groningen mij dé ideale omgeving om dit nieuwe onderzoek te starten. De op zich vrij beperkte toelichting (Simon, je gaf het zelf toe) heeft mij weliswaar wel veel zin gegeven om ooit, en ik ga proberen het niet te lang uit te stellen, terug te rijden en langere tijd in Groningen te verblijven.

.

Jullie zullen zich je waarschijnlijk wel afvragen waarom ik dan zo lang heb gewacht met het schrijven van een tekst, terwijl ik nu zo enthousiast over mijn reis vertel. Eén van de redenen waarom het zo lang geduurd heeft is dat ik eigenlijk niet goed wist wat ik over Ooqmahs zou moeten gaan schrijven. Als geheel vond het ik het zeker, vast en overtuigd, een heel interessante presentatie die alle hoeken en kanten van de beschikbare ruimte liet zien waarin de toeschouwer van het ene werk naar het andere werd gestuurd; terwijl je op hetzelfde moment telkens alles wat je ziet in vraag doet stellen en als je bijvoorbeeld niet weet dat de tegels waarop je staat op systematische wijze achtereenvolgens schoongemaakt zijn om een patroon te creëren en daardoor een idee weergeeft van hoe de vloer er oorspronkelijk uitzag, je onvermoed over dit prachtige kunstwerk loopt, zonder dat je in de gaten hebt dat het een werk is, en nonchalant laat kijken naar weer andere puzzels. Ik noem het puzzels omdat elk werk op zich bij mij heel veel vragen oproept en ik bijna angstig ben om een reactie te geven in de weet dat ik waarschijnlijk het toch niet geheel begrepen heb zoals jullie beide heren kunstenaars het bedoelen.

Nu weet ik ook dat dit is wat jullie in wezen willen bereiken en door alle betekenissen en functies van alle elementen aanwezig of aangebracht naar jullie hand te zetten en ook deze dan weer zelf in vraag te stellen, de toeschouwer alles wat zij of hij tot dan als waar beschouwde terug doet bevragen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik als toeschouwer een hekel heb aan kunstenaars die mij proberen beet te nemen of wanneer men mij door goedkope trucs te verzinnen de dingen anders wil doen beleven dan dat ze in werkelijkheid zijn, maar bij jullie werk is het toch net anders. Ik denk dat dit komt doordat ik desondanks instinctief aanvoelt dat alles héél doordacht, weloverwogen en voor jullie zelf verantwoord is en dat zo uiteindelijk de realiteit toch onbelangrijk wordt.

Of toch weer niet.

Jullie vertelden dat in deze tentoonstelling het onbelangrijk is dat men weet van wie welke ingreep is of aan wie welk beeld toebehoort. Dit is voor mij bijna een onhedendaags gegeven, waarmee ik zeker niet ouderwets bedoel, integendeel. Ik ben van mening dat kunstenaars te vaak alleen bezig zijn met wat zij zelf belangrijk vinden zonder verder te kijken naar een geheel. Deze samenwerking is dus uiteindelijk een heel belangrijk element dat jullie als kunstenaars meegeven aan de toeschouwer in het beleven van jullie tentoonstelling. Het is, als je wil, een gegeven veront-rust-ing en ook weer niet.

 

Het is hoe men het zelf bekijkt en welke waarde men aan de verschillende invalshoeken wil geven. Als toeschouwer. Als kunstenaar. Voor mij is dit uiteindelijk het uitgangspunt geworden in mijn zoeken naar een verband dat ook voor jullie interessant zou kunnen zijn. Ik zocht aanvullende woorden die zouden kunnen inspireren om dit concept verder te kunnen ontwikkelen. (Niet dat ik eigenlijk denk dat jullie dit nodig zouden hebben, maar enfin.)

.

Ik las onlangs een tekst van Bernard Schulze uit de catalogus van de biënnale in Pancevo (Servie) waarvan ik dacht dat een mooie relatie aanging met jullie tentoonstelling. Schulze had deze tekst op de opening in 2004 voorgedragen en naar men mij wist te vertellen, was dit een onvergetelijk moment. De tekst, L’ART, LA VALEUR ET LE RISQUE (De kunst, de waarde en het risico) met als ondertitel, Les boniments d’un vendeur d’assurances (verkooppraatjes van een verzekeringsmakelaar), is opgesteld aan de hand van een dialoog tussen de makelaar en een hedendaags kunstenaarscollectief van ‘verschillende configuratie’, met de naam OEIL & CERVEAU & PEAU (ogen, hersenen en huid). Een bevriende kunstenaar zei mij dat deze tekst een fantastisch instrument zou kunnen zijn om je ouders te laten lezen, en met trots te kunnen zeggen: “Kijk, daar ben ik nu mee bezig”.

Helaas bestaat er geen Nederlandse vertaling van deze tekst.

.

In het kort gaat het, voor mij althans, om het belang van risico nemen. Over het belang dat kunstenaars zich niet steeds zouden moeten bewijzen kunstenaar te zijn. Dat de onafhankelijkheden die zij hebben niet zomaar moeten worden opgegeven, omdat anderen beweren dat zij zich deze onrechtmatig zouden hebben toegeëigend. De waarde die vaak aan hun acties en ingrepen wordt gegeven staat los van de waarde die men doorgaans aan de andere dingen toekent.

Ik las de tekst als een ode aan de vrijmoedigheid.

Vrijheid is iets wat ik heel sterk ervaar wanneer ik aan jullie gezamenlijke projecten terugdenk. Het gaat natuurlijk niet alleen om het ene project in Groningen, het geldt evengoed voor alle voorgaande samenwerkingsprojecten en/of beelden die door jullie samen een plaats hebben gekregen. De presentatie in Groningen is enkel een gevolg en resultaat van voorgaande opgaven en constructies. Ik herinner mij schuinoplopende vloeren, stof onder de trap, kantoormeubilair, afgezaagde toiletdeuren met en zonder ovale spiegel, gebogen kleurvlakconstructies met tot leven komende boormachines en wipzagen, Roger Raveel en rondfluitende kanaries. Ik herinner mij gesprekken over het niets, en minder, tot helemaal niets.

.

Tot slot, misschien een korte anekdote: De curator van de biënnale in Pancevo, Igor Antić, had een zeer ambitieus programma samengesteld waar vele internationale kunstenaars bij betrokken waren. Wat voorheen een typisch nationale aangelegenheid was, werd nu een biënnale die qua niveau misschien wel hoog boven het niveau van de meeste biënnales steeg. Vreemd genoeg had dit uiteindelijk als resultaat dat men in Servië besloot dat dit dan meteen ook de laatste editie zou zijn.

Maar dit heeft dan weer niets te maken met jullie.

 

Of toch.

Vele groeten en tot binnenkort.

Fred

Zaterdag 27 oktober 2007

.

.

samenwerking met S.K.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.